Ingehouden adem

bankje

I’m holding my breath ‘til I can say
All of the words I wanna say from my heart
– uit Trying my best van Anson Seabra

Bankje in het verleden

Ik zit op een bankje in de polder bij een eenzame boom. Het waait en ik heb het koud. Ik hou mijn adem in, om de verhalen binnen te houden die ik niet verteld wil hebben. Ik probeer te verdwijnen in mijn jas, om de wind niet te hoeven voelen. Als kind moet ik ook wel eens op dit bankje hebben gezeten, maar mijn herinneringen laten me in de steek. Ik probeer niet te denken aan het meisje dat ik was, maar het heden en het verleden lopen in mijn hoofd door elkaar.

Het meisje dat ik was

Ik hou mijn adem in en staar in de verte. De wereld van nu verdwijnt en maakt plaats voor die van toen. Het meisje dat ik was zit naast me op het bankje en samen kijken we naar de vogels. Zij in haar heden, ik in mijn verleden. Ik ben veilig, maar zij is dat niet. Haar onveilige gevoel kruipt bij me naar binnen, terwijl zij niet doorheeft wat er aan de hand is. Ik voel hoe eenzaam ze zich moet voelen, net als de boom achter ons.

Verhalen

Ze kijkt me aan en het is alsof de wind gaat liggen. De stilte die tussen ons hangt, is het enige wat ik nog hoor. Er zijn zoveel woorden die ik nooit heb uitgesproken, maar tegelijkertijd is er niets meer om te vertellen. Woorden blokkeren en blijven hangen in mijn keel. Verhalen die ik niet verteld wil hebben blijven steken, verborgen in een brei van angst en verdriet. Ik hou mijn adem in, want dat is wat ik altijd doe.

Uitademen

Langzaam verandert het verleden weer in het heden. Ik ben niet meer het kleine bange meisje dat naast me zit, maar ze zal altijd onderdeel van me blijven. Op haar eigen plekje, waar ze veilig is en waar er wel naar haar geluisterd wordt. Zij en haar verhalen die verteld mogen worden. Ik weet niet altijd welke weg ik moet bewandelen, maar ik doe mijn best om er te zijn voor het meisje dat ik was. Voorzichtig adem ik uit. De wind is terug.

Now it’s time to let the curtains unfold
And tell all the stories that I didn’t want told
– uit Trying my best van Anson Seabra

Een niet verzonden brief

Deze blog is een niet verstuurde brief aan 1 van mijn oude therapeuten. Ik heb al eerder over haar geschreven (Beschadigd door therapeut), maar nog nooit het hele verhaal verteld. Laatst kwam ik dit artikel tegen: Hilly’s therapeut ging twintig jaar lang te ver, voor het haar lukte er iets aan te doen. Alhoewel mijn verhaal heel anders is dan dat van Hilly, herkende ik wel een aantal dingen. Ik wist me na 8 maanden los te maken, maar ik kan me niet voorstellen hoe onmogelijk dat moet zijn als je therapeut een (emeritus) hoogleraar in traumatherapie is.

And I want it, I want my life so bad
I’m doing everything I can
Then another one bites the dust
It’s hard to lose a chosen one
– uit Elastic heart van Sia

Beste therapeute,

Alhoewel deze brief aan jou is gericht, schrijf ik hem voor mezelf. Het kan zijn dat je niet meer weet wie ik ben, maar helaas weet ik nog heel goed wie jij bent. Je zit in mijn hoofd en dat belemmert me. Jouw woorden cirkelen rond en komen naar de oppervlakte als ik ze het minst kan gebruiken. Jouw daden hebben ervoor gezorgd dat ik nog moeilijker mensen toe kan vertrouwen, omdat ik bang ben dat ze me net zoveel pijn zullen doen als jij dat hebt gedaan. Hoe graag ik het ook wil, ik krijg je niet uit mijn systeem. Dat maakt me boos.

Oordelen

Terwijl ik dit schrijf, schieten de oordelen over mezelf door mijn hoofd. Het voelt alsof het mijn eigen schuld is, ik had kunnen weten dat je me niet kon helpen en ik schaam me ervoor dat ik het zover heb laten komen. Jouw enige scholing waren een aantal cursussen die niets te maken hadden met mijn problematiek. Maar ik was 19, ziek en vertrouwde erop dat je de waarheid sprak als je zei dat je me kon helpen. Ik wilde niets liever dan geloven dat het waar was. Ook was ik een paar maanden daarvoor weggestuurd bij een GGZ-instelling, omdat ze vonden dat ik niet genoeg mijn best deed om beter te worden. Ik durfde daardoor niet meer naar de huisarts te gaan en ik dacht dat jij mijn enige hoop was. Het ging al mis voordat ik je überhaupt had ontmoet.

8 maanden

Het is nu inmiddels 7 jaar geleden dat ik op een dinsdag in maart voor het eerst bij jou voor de deur sta. Ik mail in die tijd met iemand die denkt dat jij me zou kunnen helpen. Dus daar sta ik dan, vertwijfeld bij jou voor de deur. Ik zit middenin mijn eetstoornis en ben bang, heel bang. Je woont, samen met je man, niet bijzonder groot, maar toch redelijk ruim. Het kleinste kamertje van jullie geel geschilderde woning is zorgvuldig ingericht als therapieruimte. Ik vind het wat benauwd, maar tegelijkertijd voelt het geborgen aan. 8 maanden lang breng ik bijna elke week een uur door in het kamertje dat steeds kleiner lijkt te worden. Jij zit altijd bij de deur, ik bij het raam.

Blind

In het begin voelt het goed. Ik voel me enigszins veilig en klamp me vast aan dat gevoel. Het maakt me blind voor dat wat er wel is, maar ik niet wil zien. Je bent vriendelijk, geduldig en zet me niet onder druk. Ik heb het gevoel dat ik eindelijk echt bij iemand terecht kan, het is voor het eerst in mijn leven dat ik dat ervaar. Je bent er voor me zoals er nog nooit iemand voor me is geweest. Ons contact gaat ver. Ik zit een keer bij je op schoot en je knuffelt me regelmatig. Ik merk wel dat er dingen niet kloppen, maar mijn wanhoop wint het van mijn twijfels.

Te ziek

Achteraf denk ik dat ik te ziek was om door jou geholpen te kunnen worden, maar je geeft niet op en gaat over grenzen om me wel te helpen. Het beste wat je echter kan doen, is me doorverwijzen. Je hebt niet voldoende kennis van anorexia, seksueel misbruik en de andere trauma’s in mijn verleden. De dingen de je zegt, duwen me verder in de anorexia en doen me geloven dat ik helemaal geen trauma’s heb.

Lichaam

Zo begin je bijvoorbeeld regelmatig over mijn lichaam. Ik moet aankomen, zodat ik nog net op tijd “basale borsten” kan krijgen. Ik ben daar nooit uit mezelf over begonnen, waar je het vandaan haalde dat dat me bezig houdt, weet ik niet. Met vrouwelijke vormen heb ik juist vanuit mijn misbruikverleden veel moeite. Ik voel me steeds heel ongemakkelijk als je erover begint. Het versterkt mijn eetstoornis en maak me bang. Waarom kijk je op die manier naar mijn lichaam? Waarom vind je dat dit voor mij belangrijk moet zijn?

Experimenteren

Als ik met veel moeite naar je schrijf dat ik ben misbruikt, neem je dit niet serieus. Je zegt dat ik er niet mee hoef te zitten. Je woorden zijn geruststellend bedoelt, maar ze verwarren me alleen maar meer. Je weet dat er dingen tegen mijn zin in zijn gebeurd, maar je vind dat experimenteren normaal is. Niets om mee te zitten, je hebt dat immers zelf in het verleden ook met je nichtjes gedaan. Het hoort erbij. Ergens in mijn hoofd sluit iets zich af en ik maak op dat moment onbewust de keuze er niet meer over te praten.

Genoten

Verder suggereer je dat ik van het misbruik genoten zou hebben en er daarom mee zit, omdat ik op vrouwen zou vallen en me daarvoor schaam. Mijn geaardheid is op dat moment niet iets waar ik me mee bezig houdt, maar voor mij zou het geen probleem zijn als ik vrouwen val. Je woorden gaan compleet voorbij aan hoe ik erin sta en doen nog steeds veel met me, omdat het raakt aan de reactie die mijn lichaam tijdens het misbruik had. Iets waar ik me ook voor schaam en nog steeds liever verberg dan dat ik erover praat. Jouw suggestie versterkt dat.

Vorige levens

Daarnaast sluiten jouw spirituele denkbeelden niet aan bij die van mij. Op zich vind ik dat geen probleem, zolang je jouw ideeën maar niet aan me opdringt. Dat doe je echter wel. Wat er met mij is gebeurd, kan volgens jou mijn klachten niet verklaren. De reden dat ik er toch zoveel last van heb, moet dus wel door gebeurtenissen uit mijn vorige levens komen. Ik heb daar niet veel mee, maar dit is de enige optie die er volgens jou over blijft. Ik voel me hierdoor nog meer een aansteller en weet niet goed hoe ik hiermee om moet gaan.

Verandering

Ondanks dit alles blijf ik bij je in therapie. Het knagende gevoel over de dingen die je zegt en hoe we met elkaar omgaan, stop ik zorgvuldig weg. Het bestaat niet. Tegelijkertijd blijf je ook lief en zorgzaam, totdat er opeens iets verandert. Ik vertel je dat ik je vertrouw en dat lijkt voor jou een teken te zijn dat het tijd is om dingen anders te gaan doen. Vertrouwen is voor jou een excuus om datzelfde vertrouwen juist te schenden. Het lieve en zorgzame verdwijnt steeds meer naar de achtergrond. Het is er af en toe nog wel, maar tegelijkertijd wordt je dwingender en kouder. Je wordt onvoorspelbaar en soms voelt het meer alsof ik voor jou kwam in plaats van voor mezelf.

Op kamers

Het gaat niet beter met mijn eetstoornis, maar jij bedenkt een oplossing. Jij en je man verhuren kamers aan studenten. Er is er net eentje vrijgekomen en daar kan ik intrekken. Op die manier kan je me beter helpen met eten en kan ik me losmaken van mijn thuissituatie. Nu besef ik me pas hoe onverantwoord dit plan alleen op het gebied van eten was. Ik had ernstig ondergewicht en jij niet de expertise om me te helpen om op een veilige manier aan te komen, zowel lichamelijk als mentaal.

Keuzes

Ik twijfel en word heen en weer geslingerd tussen het wel en niet doen. Ik bespreek het met mijn ouders, maar die zijn er fel op tegen. Je zegt dat ik heldere keuzes moet maken en die moet durven verkopen, maar het zijn jouw keuzes en niet die van mij. Ik moet kiezen wat jij me opdraagt. Ik voel me verscheurd. Ik heb constant ruzie met mijn ouders en ben bang om zowel door hun als jou in de steek te worden gelaten, omdat ik jullie niet allemaal tevreden kan houden. Ik besluit om niet in de kamer te trekken en uiteindelijk lijk je je daarbij neer te leggen.

Dichte deur

Als ik twijfel over ons contact, spoort de vriendin die mij jou heeft aangeraden me aan om toch door te zetten. Om elke keer weer naar je toe te gaan. Ik weet nog dat je me aan het einde van ons contact mailt. Je hebt je bedacht. Als ik niet bij jou in de kamers trek, kan je me niet meer helpen. Ik twijfel of onze volgende afspraak nog wel door zal gaan, maar de vriendin me ervan dat je het anders wel had laten weten en dat je me niet voor een dichte deur zou laten staan. De volgende dag is dat echter precies wat er wel gebeurt. Ik bel je trillend op. Je bent boodschappen aan het doen en bent “vergeten” dat we een afspraak hadden. Daarna heb ik je nooit meer gezien.

De brief

Als ik die dag thuiskom, zie ik een brief aan mijn moeder op de mat liggen. Ik weet meteen dat er iets niet klopt en maak hem open. Ik word misselijk van wat ik lees. Het is een laatste poging om me toch bij jou op kamers te krijgen, dit keer via mijn moeder. Je schrijft dat ik jou vertrouw, terwijl je met die brief dat vertrouwen volledig kapotmaakt. Je schrijft over dingen die ik je in vertrouwen heb verteld en je schrijft dat je wilt weten wat de waarheid is. Je gelooft niet wat ik je verteld heb en wilt bij mijn moeder checken wat waar is en wat niet. Bijgevoegd heb je ook een mail die je eerder naar me hebt gestuurd, waarin je jezelf omschrijft als reddende engel. De oplossing voor wat er allemaal speelt, zolang ik maar bij jou in de studentenkamer trek.

Langsrijden

Zelfs nadat ik heb aangegeven te willen stoppen met de therapie geef je niet op. Ik heb nog een boek van je liggen. Ik wil het naar je opsturen, maar jij komt het liever ophalen. Het kost me veel moeite om te voorkomen dat je langs komt terwijl mijn ouders thuis zijn. Later mail je me dat je toch langs mijn huis bent gereden. Je vind dat het er armoedig en stil uitziet en vraagt je af of dat de reden was dat ik niet wil dat je me bij me langskomt. Ik kan nog steeds niet begrijpen dat je niet doorhad dat ik je niet meer vertrouwde en dat ik je niet in de buurt van mijn ouders wilde hebben. Ik was bang voor wat je dan zou doen en het voelde heel onveilig dat je langs was gereden.

Afscheidsbriefje

In het afscheidsbriefje dat ik later met de post van je krijg, schrijf je dat het bijzonder was om me ontmoet te hebben. Ik krijg het benauwd als ik dat teruglees, je hebt geen idee hoe dit alles voor me was. Ik weet dat je het goed bedoelde en er alles aan deed om me te helpen, maar goede bedoelingen kunnen ook veel kapot maken. Het heeft mijn problemen met mensen vertrouwen versterkt en praten over alles wat er speelt gaat me nog moeilijker af dan eerst.

Knagend gevoel

Als er één ding is wat ik wel van je heb geleerd, is het dat ik moet luisteren naar mijn gevoel. Dat is niet omdat je me dat hebt laten zien, maar juist omdat je me hebt laten zien wat er gebeurt als ik dat niet doe. Ik luisterde niet naar het knagende gevoel dat er iets niet klopte, totdat ik er te diep inzat. Als iets niet goed voelt, dan heeft dat altijd een reden. Of die reden nu in het verleden of het heden ligt, het is er en ik moet er iets mee. Meteen en niet pas als het al te laat is.

Groeten,
Jessica

You did not break me
I’m still fighting for peace
I’ve got thick skin and an elastic heart
– uit Elastic heart van Sia

Brief aan mijn therapeuten

Beste therapeut,

Grenzen respecteren

coffee-2306471_1920

Als je jouw en mijn grenzen respecteert, ook als ik ze zelf niet kan voelen, voel ik me steeds een stukje veiliger. Als je me wel over een grens trekt, wordt het blanco in mijn hoofd. Ik dissocieer, ook als je dat misschien niet door hebt. Ik heb het nodig dat je voorzichtig bent, let op wat er binnenin me gebeurt en leert herkennen wanneer ik er niet meer bij ben. Zodat veiligheid voor onveiligheid in de plaats kan komen.

Fouten toegeven

Als je je fouten erkent, geeft me dat het gevoel dat die van mij er ook mogen zijn. Fouten maken vind ik moeilijk. Ik denk dat ik iedereen teleurstel en er alleen mag zijn als ik alles goed doe. Ik heb het nodig dat je je kwetsbaar durft op te stellen. Zodat ik kan zien dat fouten maken mag.

Om hulp vragen

Als je om hulp vraagt als je het even niet zo goed meer weet, laat mij dat zien dat ik ook hulp nodig mag hebben. Ik los mijn problemen liever alleen op, zonder hulp. Het voelt zwak dat ik het niet in mijn eentje aankan. Ik heb het nodig dat je me laat zien dat het normaal is hulp te zoeken als je het ergens moeilijk mee hebt. Zodat ik ook om hulp leer durven vragen.

Begrijpen

Als je me begrijpt en dat laat merken, voel ik me gehoord. Soms snap ik niet hoe ik zelf in elkaar zit, waarom ik op dingen reageer zoals ik doe. Een deel van mij richt zich nog steeds op overleven. Ik heb het nodig dat je me naar luistert, je inleeft in mijn gedachten en mijn overlevingsmechanismen ziet. Zodat ik kan voelen dat er leven na overleven komt.

Wie ik ben

Als je wilt weten wie ik los van mijn problemen ben, geeft me dat het gevoel dat ik meer waard ben dan wat er met me aan de hand is. Soms voelt het alsof dat wat er met me is gebeurd belangrijker is dan wie ik daarnaast ben. Ik heb het nodig dat je vraagt naar wie er achter de pijn zit en dat je ook blijft luisteren als ik geen antwoord weet. Zodat ik kan merken dat er meer is dan alleen ellende.

Vertrouwen

Als je vertrouwen in me hebt, geeft dat me hoop dat het ooit nog goed kan komen. Ik voel me soms wanhopig en dan ben ik bang dat het nooit meer goed komt. Ik heb het nodig dat ik leer vertrouwen op mezelf. Het helpt me als je dat even van me over wilt nemen totdat ik het zelf heb geleerd.

Als je wereld vergaat

leaf-4109062_1920

Allesverslindend

Je zou denken dat je wereld vergaat als je seksueel wordt misbruikt. Dat niets meer hetzelfde is en dat de grond onder je voeten wordt weggeslagen. Je zou denken dat angst alles is wat er nog overblijft. Dat blijdschap niet meer bestaat als het wordt meegezogen in een kolk van verdriet. Je zou denken dat een allesverslindend geheim daadwerkelijk alles zou verslinden.

Alles gaat gewoon door

Ik ben 14 als het misbruik begint, maar niets van dat alles gebeurd. Ik ga nog steeds naar school, heb hobby’s en spreek met vriendinnen af. Mijn dader blijft gewoon mijn zus. Alles ziet er nog precies hetzelfde uit, alsof er nooit iets gebeurd. Er is niets verandert, maar tegelijkertijd is alles anders. Ik ga door terwijl ik langzaam word overspoeld door leugens en illusies.

Ik leef niet meer

Mijn leven ziet er nog precies hetzelfde uit, maar ik leef het niet meer. Fysiek ben ik aanwezig, mentaal gaat alles langs me heen. Ik leef in een waas waarvan ik zelf niet weet dat hij bestaat. Binnenin me woekert een geheim dat langzaam alles opslokt. Er is geen ruimte om te voelen wat het met me doet. Het verdwijnt naar de achtergrond en het is alsof er nooit iets is gebeurd. Ondertussen stapelen trauma’s zich op en zijn grenzen verdwenen.

Tijd

Je zou denken dat tijd uiteindelijk alle wonden heelt. Dat wanhoop langzaam plaats maakt voor hoop en alle afdrukken van het verleden verdwijnen. Je zou denken dat angst zijn intensiteit verliest en verdriet steeds minder van zich laat horen. Dat gebeurtenissen als herinneringen uit een fotoboek worden die je alweer bent vergeten als je de bladzijde omslaat. Je zou denken dat alles weer normaal wordt.

Aandacht

Ik zou willen zeggen dat het klopt en dat tijd alles heelt wat ooit kapot was, zonder dat je daar iets voor hoeft te doen. Maar het is niet het wondermiddel dat het lijkt. De tijd verergert wonden die nooit zijn schoongemaakt en ontsmet. Ze gaan ontsteken en etteren. Hoe harder je ze negeert, hoe pijnlijker ze worden. Tijd wordt pas effectief als je het combineert met aandacht. Aandacht voor wat er is en voor wat er was.

Tussen de lijntjes

Triggerwaarschuwing

Deze blog gaat over zelfbeschadiging. Als je hier gevoelig voor bent en je je op dit moment niet goed voelt, stel het lezen dan liever nog even uit.

Littekens

Smalle witte lijntjes, horizontaal naast elkaar. Subtiel, maar voor mij duidelijk zichtbaar. Ik weet dat ze er zitten en hoe ze daar komen, maar ik wil het niet zien. Het liefst verstop ik mijn armen onder lange mouwen, zodat ik het bestaan van de littekens kan ontkennen. De schaar heeft nooit over mijn arm gekrast en het bloed heeft nooit gestroomd. Er is niets aan de hand.

Korte mouwen

Maar dan wordt het warm buiten. Zo warm dat lange mouwen geen optie meer zijn. Vertwijfeld sta ik voor mijn kast. Mijn blik gaat van een trui naar een t-shirt en weer terug. Van verstopt en veel te warm naar kwetsbaar en vrij. Ik kies uiteindelijk voor de korte mouwen en alhoewel ik weet dat de littekens nauwelijks zichtbaar zijn ben ik toch bang dat iemand het ziet.

Wonden

De littekens staren me de hele dag aan, confronterend. Want tussen de lijntjes verschuilt zich de pijn. Ik beschadig mezelf nu ruim een jaar niet meer, maar de wonden zitten nog binnenin me. Als ik de littekens zie borrelt de onzichtbare pijn omhoog. Voor even weer zichtbaar, maar alleen voor mij. Wonden die meer verzorging nodig hebben dan de zichtbare wonden ooit hadden.

Vervagen

Aan het einde van de dag verstop in mijn armen weer veilig onder lange mouwen, maar niet voordat ik met mijn hand de lijntjes even zacht heb aangeraakt. Dezelfde hand die ze heeft veroorzaakt. De littekens mogen er zijn, want ze zijn er al. De pijn zal vervagen, de lijntjes misschien uiteindelijk ook. Anders worden ze een subtiele herinnering aan het gevecht dat ik heb gevoerd om te staan waar ik dan sta.

Het meisje dat er ook nog was

Haar voeten raken het gras en ze voelt de sprietjes tussen haar tenen. Subtiel, maar aanwezig. Voorzichtig zet ze haar ene voet voor haar andere en langzaam komt ze in beweging. Met lege stappen ontwijkt ze de madeliefjes die tussen de grassprieten door steken. Haar voetsporen zijn nauwelijks te zien, verborgen voor wie de ogen niet sluit. Ze loopt altijd alsof ze er eigenlijk niet is. Als niemand haar ziet is ze veilig. Alleen dan brengt haar pijn haar niet in gevaar.

Haar leven verdwijnt langzaam in een wereld die niet bestaat. Het gras is geen gras, de madeliefjes geen bloemen. In plaats daarvan snijden scherpe stenen in haar voeten. Ze zijn heet, maar ze voelt het niet. Haar lege stappen laten de stenen niet knarsen, maar lijken juist al het geluid te dempen. Verborgen in het zicht vervolgt ze haar weg. Niets verraadt dat ze ergens is.

Het regent, maar de druppels lijken haar te ontwijken. De kille wind fluistert haar woorden in. Ze luistert naar hoe die nooit gesproken woorden zinnen vormen die ze niet heeft willen horen. In de woordenstroom zoekt ze naar iemand die haar hoort. Ze buigt haar hoofd en wacht, maar ze is al vergeten voordat ze bestond.

Ze gaat op in wat er nooit is geweest. Waar eerst haar voetsporen niet te zien waren, groeit het gras nu hoger dan eromheen. Verbaasd kijkt ze naar haar handen, waar ooit vingers zaten is nu niets meer te zien. Haar ogen veranderen in vliegjes in een zwerm, haar haren in takken in de wind. Het meisje dat er ook nog was, maar nooit meer werd gevonden.

grass-3375344_1920

Dissociatie

I’m walking on a wire
I close my eyes and fly out of my mind
Into the fire
– uit Sunny came home van Shawn Colvin

Vallen

Angst dringt zich aan me op. Ik probeer me te focussen op wat de psychiater tegenover me zegt, maar haar woorden komen nauwelijks bij me binnen. Ik word duizelig en het voelt alsof ik val, eindeloos val. Het wordt steeds moeilijker om me te blijven concentreren en de psychiater vervaagd steeds meer. Haar gezicht verdwijnt in een wazige poel en mijn lichaam vliegt erachteraan.

Tissues

Wanhopig zoeken mijn ogen de kamer af naar een beetje houvast. En die vinden ze: de tissue box. Hij voelt onrealistisch en ver weg, maar ik kan hem scherp zien. De rest van de sessie klampt mijn blik zich aan de tissues vast, terwijl de woorden uit mijn mond zich bijna automatisch tot antwoorden op vragen vormen. De angst is verdwenen, gezonken in dezelfde poel als de psychiater en mijn lichaam.

Dissociatie

Sinds kort weet ik dat wat er met mij gebeurt dissociatie heet. Ik wist eerder wel dat het bestond, maar de dissociatie die ik in mijn omgeving heb gezien zag er zoveel anders uit dan wat er op zo’n moment met mij gebeurt. Ik heb wel eens met een therapeut gedeeld wat ik ervaarde en dat ik op zo’n moment niet bij mijn emoties kon, maar haar reactie was dat dat niet kon en dat ik hoe dan ook iets moest voelen. Daarna heb ik er jaren over gezwegen, want het kon immers niet.

Overlevingsmechanisme

Ondertussen weet ik dat het een overlevingsmechanisme uit mijn jeugd is, van de momenten waarop ik machteloos was en vluchten uit mijn lichaam de enige optie was. Dat mechanisme is in het heden nog steeds actief. Iets triggert me en mijn bewustzijn checkt uit. Ik ben er nog wel, ik kan nog op dingen reageren, maar het lukt me niet om er bewust bij te blijven. Het is alsof mijn hoofd bij de treinpoortjes uitcheckt, maar ik mijn lichaam heb achtergelaten in de trein. Ik weet niet wanneer het zich weer bij mijn hoofd voegt en ik ben de controle kwijt.

Nu

Nu weet ik wat er aan de hand is valt het me pas op hoe vaak het gebeurt. De ene keer heftiger dan de andere keer. Soms kort, soms langer. Maar elke keer ingewikkeld en vanuit heftige emoties. Nu ik het weet kan ik er ook mee aan de slag, leren hoe ik ermee om kan gaan. Zodat ik in de toekomst in het nu kan blijven en ik niet meer machteloos het vuur van controleverlies in wordt gezogen.

Jij, mijn lichaam

Jij

Ik schrijf dit in de tweede persoon, omdat je al een tijdje niet meer van mij voelt. Als ik naar je kijk, heb ik het gevoel dat mijn blik op het lichaam van een ander rust. Ik zie mijn voet bewegen, maar het is alsof ik naar een lichaamsdeel kijk dat niet van mij is. Je bent vaak koud en dat merk ik wel op, maar het is niet mijn kou. En wanneer ik iets aanraak lijkt het meestal niet goed binnen te komen. Vaag in de verte, in plaats van dichtbij mij.

Onderdeel van mij

Ik weet dat je bij me hoort, maar je hebt me in de steek gelaten op het moment dat ik je het hardst nodig had en ik vind het moeilijk om je dat te vergeven. Ik heb afstand van je willen nemen en nooit meer iets met je te maken willen hebben, maar dat gaat niet. Je bent altijd onderdeel van mij en ik heb je nodig, of ik dat nu wil of niet. Ik haat je, maar tegelijkertijd verwacht ik dat je wel lief voor mij bent. Het klopt niet en ik weet het.

Boos

Je mag best weten dat ik heel boos op je ben geweest. Bewust, maar ook onbewust. Ik gaf geen aandacht aan je, in de hoop dat je zou verdwijnen. Maar de boosheid borrelde altijd onder de oppervlakte. Boos om wat je deed en boos om wat je niet deed. Tijdens het misbruik lag je daar maar, versteend. Bevroren. Ik was machteloos, omdat je niet reageerde op mijn aansturing. Je liet me in de steek en je hebt nooit meer van mij gevoeld.

Jouw reactie

Wat me het meeste raakt is de reactie die je hebt gehad op haar handen. Ik weet niet veel meer van die momenten, maar ik weet nog wel hoe het voelde. En hoeveel pijn het doet dat jouw reactie zo tegenovergesteld was van wat er zich in mijn hoofd afspeelde. Ondertussen weet ik dat het een lichamelijk mechanisme is, waar jij en ik geen invloed op hebben. Maar toch, je liet me in de steek en je hebt nooit meer van mij gevoeld.

Gestraft

Ik heb je onbewust gestraft voor wat je hebt gedaan. Eerst met de eetstoornis: ik had controle over jou en niet meer andersom. En later met de zelfbeschadiging: ik deed jou pijn en niet meer andersom. Maar dat loste niets op, want je hebt me in de steek gelaten en je hebt nooit meer van mij gevoeld. Dat blijft. Het straffen vergrootte alleen maar de afstand tussen jou en mij.

Anders

Nu zou ik het graag anders willen en liever voor je zijn. Je hebt niet verdiend hoe ik met je omga, maar toch is het lastig om het te veranderen. Normaal gesproken doe je wat ik zeg, maar op het moment dat ik je echt nodig heb kan ik er niet op vertrouwen dat je nog naar me luistert. Dat maakt me bang, bang om weer machteloos te zijn. Ik hoop dat ik het je ooit kan vergeven en dat ik het vertrouwen terug kan krijgen, zodat je weer van mij gaat voelen.

 

Beschadigd door therapeut

Onbegrip

Ik heb in mijn therapieverleden een aantal vervelende reacties gekregen toen ik vertelde dat ik ben misbruikt door mijn zus. Variërend van ongeloof tot ontkenning. Sommige reacties kan ik achteraf gezien wel begrijpen, maar andere laten zelfs nu nog sporen na. De meeste heb ik ondertussen wel van me af kunnen schrijven of bespreken. Met sommige reacties gaat dat echter makkelijker dat met andere. Er is 1 specifieke therapeut die meer kapot heeft gemaakt dan ze zich waarschijnlijk beseft. Juist over haar vind ik het moeilijk om te schrijven of te praten.

Experimenteren

Vrij in het begin van de therapie bij haar schrijf ik op dat ik ben misbruikt door mijn zus. Als ik haar dat laat lezen vindt zij echter dat ik er niet mee hoef te zitten. Haar toon is geruststellend bedoeld, maar haar woorden maken me in de war. Alhoewel ik haar duidelijk maak dat de dingen met mijn zus tegen mijn zin in zijn gebeurd ziet zij het anders. Ze zegt dat experimenteren normaal is, zij heeft dat vroeger ook met haar nichtjes gedaan en nooit ergens last van gehad. Het hoort er nu eenmaal bij.

Genoten

Haar theorie is dat ik ermee zit omdat ik ervan genoten zou hebben, maar dat niet mag van mezelf. Ik zou op vrouwen vallen en dat niet willen accepteren. Terwijl ik wat betreft mijn geaardheid niet weet hoe het zit en er ook absoluut geen problemen mee heb als ik op vrouwen val. Alleen al de suggestie dat ik ervan genoten heb doet veel. Ik twijfel nog meer aan mezelf. Zelfs nu kan ik nog geen woorden vinden voor de pijn die het doet en de verwarring die het veroorzaakt.

Vorige levens

Daarnaast is ze er ook van overtuigd dat er nog een andere oorzaak voor mijn pijn is: vorige levens. Wat er met mij was gebeurd is niet erg genoeg, dus moet de oorzaak van hoe ik me erdoor voel bij mijn vorige levens liggen. Iets waar ik persoonlijk niet in geloof, maar waar zij van overtuigd is. In een vorige leven moet er iets ergs met me gebeurd zijn en daarom denk ik dat ik last heb van wat mijn zus bij mij heeft gedaan.

Vertrouwen

Ik denk dat ze opgegeven moment wanhopig werd en niet meer wist wat ze met aan moest. Ik vertrouwde haar zoals ik nog nooit iemand had vertrouwd, maar vanaf het moment dat ik dat uitspreek is ze het als excuus gaan gebruiken om dat vertrouwen te schenden. Ze schrijft een brief aan mijn moeder over mij en dingen die ik haar in vertrouwen heb verteld. Ik heb het geluk dat ik de eerste ben die de brief op de mat ziet liggen. Van de dingen die ik erin lees word ik misselijk.

Kapot

Als ik terugkijk op de situatie van toen ben ik veel te lang bij haar in therapie gebleven. Zij had me door moeten verwijzen of ik had zelf naar iets anders moeten gaan zoeken. Dat is niet gebeurd en uiteindelijk heeft alles bij elkaar meer kapot gemaakt dan dat er geheeld had kunnen worden.

Meerderheid

Ondertussen gaat het beter met me en zit ze niet meer zoveel in mijn hoofd als eerst. Helaas komt het af en toe nog wel omhoog, maar ik kan er nu over schrijven en weet dat dingen die ze tegen me heeft gezegd niet kloppen. Voor mij niet kloppen, want ik wil het niet veroordelen als sommige dingen voor een ander wel herkenbaar zijn. Ik heb nu een therapeut die me wel helpt en ik heb hiervoor ook andere therapeuten gehad waar ik me wel begrepen door voelde. Zij zijn in de meerderheid.

Ik ben een brusje

Brusje

“Brusje? Wat is dat?” zul je misschien denken. Simpel gezegd is het een samenstelling van de woorden broer en zus, maar het is veel meer dan dat. Zo onschuldig en lief als het woord klinkt, zoveel leed kan het ook verstoppen. Het is dan ook een woord waar voor mij veel pijn en onbegrip onder verborgen ligt. Iemand is een brusje als diegene een broer of zus heeft met een lichamelijk of psychische aandoening/stoornis. Ik val eronder omdat ik een autistische zus heb.

Korte herinneringen en gevoelens

Het heeft mijn jeugd op een aantal manieren beïnvloedt en ik voel me daar vaak onbegrepen in. Deze blog is echter niets meer dan korte herinneringen en gevoelens die in grote lijnen omschrijven hoe ik me vroeger heb gevoeld. Het omschrijft niet wat autisme inhoudt en niet hoeveel last mijn zus er zelf van heeft, maar dat maakt die dingen niet minder belangrijk. Daarbij gaat het er in elke situatie anders aan toe en kan het ook wel goed gaan. Ondanks dat dat het bij mij thuis niet altijd goed ging, waren er gelukkig ook leuke momenten.

Oneerlijk

Ik besef me heel goed dat mijn ouders hun best hebben gedaan en niet bewust de fouten hebben gemaakt die ze eventueel hebben gemaakt. Ik besef me ook heel goed dat mijn zus niets aan haar gedrag kan doen en ik zelf ook schuld heb gehad aan situaties. Juist die dingen maken het moeilijk om te uiten hoe het voor mij is geweest. Niemand, los van mij, kon er iets aan doen en toch zit ik ermee. Dat voelt oneerlijk en onterecht, maar toch is het zo.

Ik doe er niet toe

Een logische gevolg van het autisme van mijn zus is dat ze meer aandacht nodig heeft. Nu begrijp ik dat, maar vroeger lag dat anders. Ik weet nog dat ik, bijna wanhopig, naar redenen zocht waarom mijn ouders meer van haar leken te houden dan van mij, want dat was wat meer aandacht krijgen in mijn hoofd betekende. Ik zocht een reden waardoor het niet aan mij zou liggen, maar aan iets waar ik niets aan kon doen. Daarbij klampte ik me vast aan elk idee dat in mijn hoofd opkwam, maar nergens vond ik bewijs voor. Ik deed er niet toe, dat bleef de enige logische conclusie.

Geweld

Mijn zus kon ook (ongewild) gewelddadig zijn, alhoewel ik niet weet in hoeverre dat normaal is tussen zussen en of het wel echt onder geweld valt. Keer op keer bleef ze testen of ze door me heen kon lopen, ze wist niet waar fysieke grenzen lagen en zag de gevolgen van haar gedrag niet in. Ik kwam dan ook niet altijd ongeschonden uit het contact met haar. Ik was bijvoorbeeld een jaar of 4 toen ze achter me op de trap liep, vond dat ik niet snel genoeg was en me daardoor maar een handje hielp met een hersenschudding als gevolg. Op een later moment kneusde ze mijn pols, omdat ik niet precies deed wat ze wilde. Altijd was er wel weer wat.

Mijn schuld

Ondanks de dingen die ze bij me deed, kreeg ik regelmatig de schuld als er iets tussen haar en mij gebeurde, soms terecht en soms onterecht. Ik mocht niet boos worden als ze weer eens spullen van me kapot maakte en ruzies waren altijd mijn schuld, want zij was niet verantwoordelijk voor haar eigen gedrag en ik wel. Ik mocht niet uiten wat het me deed, want zij had het moeilijk en ik niet. Ik had aan de ene kant te maken met de nadelen van het jongere zusje zijn, maar tegelijkertijd werd ook van me verwacht dat ik me als een oudere verstandige zus gedroeg.

Verantwoordelijkheid

Het stukje verantwoordelijkheid ging ook veel verder. Ik was een jaar of 10 toen mijn moeder aan mij vroeg of ik de zorg voor mijn zus op me wou nemen als mijn ouders er op een dag niet meer zouden zijn. Ik raakte ervan in paniek. Niet alleen had ik er voor die tijd niet zo bewust bij stilgestaan dat mijn ouders er op een dag niet meer zouden zijn, maar ook wist ik niet hoe ik dan voor haar moest zorgen. Ik had geen idee wat dat inhield en of ik dat wel kon, maar dat deed er niet toe. Ik voelde me overweldigd en raakte ervan in de war, zonder dat ik dat ergens kwijt kon. Haar vraag is nooit helemaal uit mijn hoofd verdwenen.

Zwijgen en doorgaan

Ik stond er voor mijn gevoel vroeger alleen voor en ik weet nog hoe verbaasd ik was toen iemand een keer aan me vroeg hoe het voor mij was. Te verbaasd om er eerlijk antwoord op te geven, als ik dat überhaupt al had gedurfd en had gemogen van mezelf. Zo snel als de kans kwam om te uiten hoe ik me voelde en mijn loyaliteit even aan de kant te zetten, zo snel ging hij ook weer voorbij. Hij kwam nooit meer terug. Later hoorde ik van een tante dat zij wel heeft gezien dat het thuis niet goed met me ging en er zelfs aan heeft gedacht om me daar weg te halen. Bij haar had ik terecht gekund, maar ik wist het niet.

Angst om weer de schuld te krijgen

Ik denk dat het in zekere zin ook invloed heeft gehad op hoe ik ben omgegaan met het feit dat mijn zus me seksueel misbruikte. Ik voelde me onbelangrijk en minder waard dan haar en kreeg bovendien vaak de schuld van onenigheid, wat er rond die tijd veel was. Toen zij vervolgens over mijn grenzen ging durfde ik dat niet aan mijn ouders te vertellen. Ik was bang dat ze zouden vinden dat het zo niet ging tussen haar en mij en dat ik dan maar weg moest. Achteraf klinkt het gek, maar toen voelde het heel logisch. En dus hielt ik mijn mond, zoals ik dat altijd deed.

Aan iedereen die het niet begreep

Omdat ik vaak het gevoel heb gehad dat niemand me begreep, is deze laatste alinea gericht aan iedereen die me (on)bewust het gevoel gaf dat ik me moest schamen voor mijn zus. Aan iedereen die vond dat ik niet mocht praten over hoe het voor mij was en vond dat ik me vooral moest beseffen hoe moeilijk mijn ouders het al hadden. Tegen elke docent die vrolijk lachte om grapjes over autisme en tegen iedereen die het niet kon laten mijn zus na te staren, botte opmerkingen te maken of een oordeel klaar te hebben zou ik bij deze graag willen zeggen: je hebt geen flauw idee hoe het is.