Het meisje dat er ook nog was

Haar voeten raken het gras en ze voelt de sprietjes tussen haar tenen. Subtiel, maar aanwezig. Voorzichtig zet ze haar ene voet voor haar andere en langzaam komt ze in beweging. Met lege stappen ontwijkt ze de madeliefjes die tussen de grassprieten door steken. Haar voetsporen zijn nauwelijks te zien, verborgen voor wie de ogen niet sluit. Ze loopt altijd alsof ze er eigenlijk niet is. Als niemand haar ziet is ze veilig. Alleen dan brengt haar pijn haar niet in gevaar.

Haar leven verdwijnt langzaam in een wereld die niet bestaat. Het gras is geen gras, de madeliefjes geen bloemen. In plaats daarvan snijden scherpe stenen in haar voeten. Ze zijn heet, maar ze voelt het niet. Haar lege stappen laten de stenen niet knarsen, maar lijken juist al het geluid te dempen. Verborgen in het zicht vervolgt ze haar weg. Niets verraadt dat ze ergens is.

Het regent, maar de druppels lijken haar te ontwijken. De kille wind fluistert haar woorden in. Ze luistert naar hoe die nooit gesproken woorden zinnen vormen die ze niet heeft willen horen. In de woordenstroom zoekt ze naar iemand die haar hoort. Ze buigt haar hoofd en wacht, maar ze is al vergeten voordat ze bestond.

Ze gaat op in wat er nooit is geweest. Waar eerst haar voetsporen niet te zien waren, groeit het gras nu hoger dan eromheen. Verbaasd kijkt ze naar haar handen, waar ooit vingers zaten is nu niets meer te zien. Haar ogen veranderen in vliegjes in een zwerm, haar haren in takken in de wind. Het meisje dat er ook nog was, maar nooit meer werd gevonden.

grass-3375344_1920

Advertenties

Dissociatie

I’m walking on a wire
I close my eyes and fly out of my mind
Into the fire
– uit Sunny came home van Shawn Colvin

Vallen

Angst dringt zich aan me op. Ik probeer me te focussen op wat de psychiater tegenover me zegt, maar haar woorden komen nauwelijks bij me binnen. Ik word duizelig en het voelt alsof ik val, eindeloos val. Het wordt steeds moeilijker om me te blijven concentreren en de psychiater vervaagd steeds meer. Haar gezicht verdwijnt in een wazige poel en mijn lichaam vliegt erachteraan.

Tissues

Wanhopig zoeken mijn ogen de kamer af naar een beetje houvast. En die vinden ze: de tissue box. Hij voelt onrealistisch en ver weg, maar ik kan hem scherp zien. De rest van de sessie klampt mijn blik zich aan de tissues vast, terwijl de woorden uit mijn mond zich bijna automatisch tot antwoorden op vragen vormen. De angst is verdwenen, gezonken in dezelfde poel als de psychiater en mijn lichaam.

Dissociatie

Sinds kort weet ik dat wat er met mij gebeurt dissociatie heet. Ik wist eerder wel dat het bestond, maar de dissociatie die ik in mijn omgeving heb gezien zag er zoveel anders uit dan wat er op zo’n moment met mij gebeurt. Ik heb wel eens met een therapeut gedeeld wat ik ervaarde en dat ik op zo’n moment niet bij mijn emoties kon, maar haar reactie was dat dat niet kon en dat ik hoe dan ook iets moest voelen. Daarna heb ik er jaren over gezwegen, want het kon immers niet.

Overlevingsmechanisme

Ondertussen weet ik dat het een overlevingsmechanisme uit mijn jeugd is, van de momenten waarop ik machteloos was en vluchten uit mijn lichaam de enige optie was. Dat mechanisme is in het heden nog steeds actief. Iets triggert me en mijn bewustzijn checkt uit. Ik ben er nog wel, ik kan nog op dingen reageren, maar het lukt me niet om er bewust bij te blijven. Het is alsof mijn hoofd bij de treinpoortjes uitcheckt, maar ik mijn lichaam heb achtergelaten in de trein. Ik weet niet wanneer het zich weer bij mijn hoofd voegt en ik ben de controle kwijt.

Nu

Nu weet ik wat er aan de hand is valt het me pas op hoe vaak het gebeurt. De ene keer heftiger dan de andere keer. Soms kort, soms langer. Maar elke keer ingewikkeld en vanuit heftige emoties. Nu ik het weet kan ik er ook mee aan de slag, leren hoe ik ermee om kan gaan. Zodat ik in de toekomst in het nu kan blijven en ik niet meer machteloos het vuur van controleverlies in wordt gezogen.

Jij, mijn lichaam

Jij

Ik schrijf dit in de tweede persoon, omdat je al een tijdje niet meer van mij voelt. Als ik naar je kijk, heb ik het gevoel dat mijn blik op het lichaam van een ander rust. Ik zie mijn voet bewegen, maar het is alsof ik naar een lichaamsdeel kijk dat niet van mij is. Je bent vaak koud en dat merk ik wel op, maar het is niet mijn kou. En wanneer ik iets aanraak lijkt het meestal niet goed binnen te komen. Vaag in de verte, in plaats van dichtbij mij.

Onderdeel van mij

Ik weet dat je bij me hoort, maar je hebt me in de steek gelaten op het moment dat ik je het hardst nodig had en ik vind het moeilijk om je dat te vergeven. Ik heb afstand van je willen nemen en nooit meer iets met je te maken willen hebben, maar dat gaat niet. Je bent altijd onderdeel van mij en ik heb je nodig, of ik dat nu wil of niet. Ik haat je, maar tegelijkertijd verwacht ik dat je wel lief voor mij bent. Het klopt niet en ik weet het.

Boos

Je mag best weten dat ik heel boos op je ben geweest. Bewust, maar ook onbewust. Ik gaf geen aandacht aan je, in de hoop dat je zou verdwijnen. Maar de boosheid borrelde altijd onder de oppervlakte. Boos om wat je deed en boos om wat je niet deed. Tijdens het misbruik lag je daar maar, versteend. Bevroren. Ik was machteloos, omdat je niet reageerde op mijn aansturing. Je liet me in de steek en je hebt nooit meer van mij gevoeld.

Jouw reactie

Wat me het meeste raakt is de reactie die je hebt gehad op haar handen. Ik weet niet veel meer van die momenten, maar ik weet nog wel hoe het voelde. En hoeveel pijn het doet dat jouw reactie zo tegenovergesteld was van wat er zich in mijn hoofd afspeelde. Ondertussen weet ik dat het een lichamelijk mechanisme is, waar jij en ik geen invloed op hebben. Maar toch, je liet me in de steek en je hebt nooit meer van mij gevoeld.

Gestraft

Ik heb je onbewust gestraft voor wat je hebt gedaan. Eerst met de eetstoornis: ik had controle over jou en niet meer andersom. En later met de zelfbeschadiging: ik deed jou pijn en niet meer andersom. Maar dat loste niets op, want je hebt me in de steek gelaten en je hebt nooit meer van mij gevoeld. Dat blijft. Het straffen vergrootte alleen maar de afstand tussen jou en mij.

Anders

Nu zou ik het graag anders willen en liever voor je zijn. Je hebt niet verdiend hoe ik met je omga, maar toch is het lastig om het te veranderen. Normaal gesproken doe je wat ik zeg, maar op het moment dat ik je echt nodig heb kan ik er niet op vertrouwen dat je nog naar me luistert. Dat maakt me bang, bang om weer machteloos te zijn. Ik hoop dat ik het je ooit kan vergeven en dat ik het vertrouwen terug kan krijgen, zodat je weer van mij gaat voelen.

 

Beschadigd door therapeut

Onbegrip

Ik heb in mijn therapieverleden een aantal vervelende reacties gekregen toen ik vertelde dat ik ben misbruikt door mijn zus. Variërend van ongeloof tot ontkenning. Sommige reacties kan ik achteraf gezien wel begrijpen, maar andere laten zelfs nu nog sporen na. De meeste heb ik ondertussen wel van me af kunnen schrijven of bespreken. Met sommige reacties gaat dat echter makkelijker dat met andere. Er is 1 specifieke therapeut die meer kapot heeft gemaakt dan ze zich waarschijnlijk beseft. Juist over haar vind ik het moeilijk om te schrijven of te praten.

Experimenteren

Vrij in het begin van de therapie bij haar schrijf ik op dat ik ben misbruikt door mijn zus. Als ik haar dat laat lezen vindt zij echter dat ik er niet mee hoef te zitten. Haar toon is geruststellend bedoeld, maar haar woorden maken me in de war. Alhoewel ik haar duidelijk maak dat de dingen met mijn zus tegen mijn zin in zijn gebeurd ziet zij het anders. Ze zegt dat experimenteren normaal is, zij heeft dat vroeger ook met haar nichtjes gedaan en nooit ergens last van gehad. Het hoort er nu eenmaal bij.

Genoten

Haar theorie is dat ik ermee zit omdat ik ervan genoten zou hebben, maar dat niet mag van mezelf. Ik zou op vrouwen vallen en dat niet willen accepteren. Terwijl ik wat betreft mijn geaardheid niet weet hoe het zit en er ook absoluut geen problemen mee heb als ik op vrouwen val. Alleen al de suggestie dat ik ervan genoten heb doet veel. Ik twijfel nog meer aan mezelf. Zelfs nu kan ik nog geen woorden vinden voor de pijn die het doet en de verwarring die het veroorzaakt.

Vorige levens

Daarnaast is ze er ook van overtuigd dat er nog een andere oorzaak voor mijn pijn is: vorige levens. Wat er met mij was gebeurd is niet erg genoeg, dus moet de oorzaak van hoe ik me erdoor voel bij mijn vorige levens liggen. Iets waar ik persoonlijk niet in geloof, maar waar zij van overtuigd is. In een vorige leven moet er iets ergs met me gebeurd zijn en daarom denk ik dat ik last heb van wat mijn zus bij mij heeft gedaan.

Vertrouwen

Ik denk dat ze opgegeven moment wanhopig werd en niet meer wist wat ze met aan moest. Ik vertrouwde haar zoals ik nog nooit iemand had vertrouwd, maar vanaf het moment dat ik dat uitspreek is ze het als excuus gaan gebruiken om dat vertrouwen te schenden. Ze schrijft een brief aan mijn moeder over mij en dingen die ik haar in vertrouwen heb verteld. Ik heb het geluk dat ik de eerste ben die de brief op de mat ziet liggen. Van de dingen die ik erin lees word ik misselijk.

Kapot

Als ik terugkijk op de situatie van toen ben ik veel te lang bij haar in therapie gebleven. Zij had me door moeten verwijzen of ik had zelf naar iets anders moeten gaan zoeken. Dat is niet gebeurd en uiteindelijk heeft alles bij elkaar meer kapot gemaakt dan dat er geheeld had kunnen worden.

Meerderheid

Ondertussen gaat het beter met me en zit ze niet meer zoveel in mijn hoofd als eerst. Helaas komt het af en toe nog wel omhoog, maar ik kan er nu over schrijven en weet dat dingen die ze tegen me heeft gezegd niet kloppen. Voor mij niet kloppen, want ik wil het niet veroordelen als sommige dingen voor een ander wel herkenbaar zijn. Ik heb nu een therapeut die me wel helpt en ik heb hiervoor ook andere therapeuten gehad waar ik me wel begrepen door voelde. Zij zijn in de meerderheid.

Ik ben een brusje

Brusje

“Brusje? Wat is dat?” zul je misschien denken. Simpel gezegd is het een samenstelling van de woorden broer en zus, maar het is veel meer dan dat. Zo onschuldig en lief als het woord klinkt, zoveel leed kan het ook verstoppen. Het is dan ook een woord waar voor mij veel pijn en onbegrip onder verborgen ligt. Iemand is een brusje als diegene een broer of zus heeft met een lichamelijk of psychische aandoening/stoornis. Ik val eronder omdat ik een autistische zus heb.

Korte herinneringen en gevoelens

Het heeft mijn jeugd op een aantal manieren beïnvloedt en ik voel me daar vaak onbegrepen in. Deze blog is echter niets meer dan korte herinneringen en gevoelens die in grote lijnen omschrijven hoe ik me vroeger heb gevoeld. Het omschrijft niet wat autisme inhoudt en niet hoeveel last mijn zus er zelf van heeft, maar dat maakt die dingen niet minder belangrijk. Daarbij gaat het er in elke situatie anders aan toe en kan het ook wel goed gaan. Ondanks dat dat het bij mij thuis niet altijd ging, waren er gelukkig ook leuke momenten.

Oneerlijk

Ik besef me heel goed dat mijn ouders hun best hebben gedaan en niet bewust de fouten hebben gemaakt die ze eventueel hebben gemaakt. Ik besef me ook heel goed dat mijn zus niets aan haar gedrag kan doen en ik zelf ook schuld heb gehad aan situaties. Juist die dingen maken het moeilijk om te uiten hoe het voor mij is geweest. Niemand, los van mij, kon er iets aan doen en toch zit ik ermee. Dat voelt oneerlijk en onterecht, maar toch is het zo.

Ik doe er niet toe

Een logische gevolg van het autisme van mijn zus is dat ze meer aandacht nodig heeft. Nu begrijp ik dat, maar vroeger lag dat anders. Ik weet nog dat ik, bijna wanhopig, naar redenen zocht waarom mijn ouders meer van haar leken te houden dan van mij, want dat was wat meer aandacht krijgen in mijn hoofd betekende. Ik zocht een reden waardoor het niet aan mij zou liggen, maar aan iets waar ik niets aan kon doen. Daarbij klampte ik me vast aan elk idee dat in mijn hoofd opkwam, maar nergens vond ik bewijs voor. Ik deed er niet toe, dat bleef de enige logische conclusie.

Geweld

Mijn zus kon ook (ongewild) gewelddadig zijn, alhoewel ik niet weet in hoeverre dat normaal is tussen zussen en of het wel echt onder geweld valt. Keer op keer bleef ze testen of ze door me heen kon lopen, ze wist niet waar fysieke grenzen lagen en zag de gevolgen van haar gedrag niet in. Ik kwam dan ook niet altijd ongeschonden uit het contact met haar. Ik was bijvoorbeeld een jaar of 4 toen ze achter me op de trap liep, vond dat ik niet snel genoeg was en me daardoor maar een handje hielp met een hersenschudding als gevolg. Op een later moment kneusde ze mijn pols, omdat ik niet precies deed wat ze wilde. Altijd was er wel weer wat.

Mijn schuld

Ondanks de dingen die ze bij me deed, kreeg ik regelmatig de schuld als er iets tussen haar en mij gebeurde, soms terecht en soms onterecht. Ik mocht niet boos worden als ze weer eens spullen van me kapot maakte en ruzies waren altijd mijn schuld, want zij was niet verantwoordelijk voor haar eigen gedrag en ik wel. Ik mocht niet uiten wat het me deed, want zij had het moeilijk en ik niet. Ik had aan de ene kant te maken met de nadelen van het jongere zusje zijn, maar tegelijkertijd werd ook van me verwacht dat ik me als een oudere verstandige zus gedroeg.

Verantwoordelijkheid

Het stukje verantwoordelijkheid ging ook veel verder. Ik was een jaar of 10 toen mijn moeder aan mij vroeg of ik de zorg voor mijn zus op me wou nemen als mijn ouders er op een dag niet meer zouden zijn. Ik raakte ervan in paniek. Niet alleen had ik er voor die tijd niet zo bewust bij stilgestaan dat mijn ouders er op een dag niet meer zouden zijn, maar ook wist ik niet hoe ik dan voor haar moest zorgen. Ik had geen idee wat dat inhield en of ik dat wel kon, maar dat deed er niet toe. Ik voelde me overweldigd en raakte ervan in de war, zonder dat ik dat ergens kwijt kon. Haar vraag is nooit helemaal uit mijn hoofd verdwenen.

Zwijgen en doorgaan

Ik stond er voor mijn gevoel vroeger alleen voor en ik weet nog hoe verbaasd ik was toen iemand een keer aan me vroeg hoe het voor mij was. Te verbaasd om er eerlijk antwoord op te geven, als ik dat überhaupt al had gedurfd en had gemogen van mezelf. Zo snel als de kans kwam om te uiten hoe ik me voelde en mijn loyaliteit even aan de kant te zetten, zo snel ging hij ook weer voorbij. Hij kwam nooit meer terug. Later hoorde ik van een tante dat zij wel heeft gezien dat het thuis niet goed met me ging en er zelfs aan heeft gedacht om me daar weg te halen. Bij haar had ik terecht gekund, maar ik wist het niet.

Angst om weer de schuld te krijgen

Ik denk dat het in zekere zin ook invloed heeft gehad op hoe ik ben omgegaan met het feit dat mijn zus me seksueel misbruikte. Ik voelde me onbelangrijk en minder waard dan haar en kreeg bovendien vaak de schuld van onenigheid, wat er rond die tijd veel was. Toen zij vervolgens over mijn grenzen ging durfde ik dat niet aan mijn ouders te vertellen. Ik was bang dat ze zouden vinden dat het zo niet ging tussen haar en mij en dat ik dan maar weg moest. Achteraf klinkt het gek, maar toen voelde het heel logisch. En dus hielt ik mijn mond, zoals ik dat altijd deed.

Aan iedereen die het niet begreep

Omdat ik vaak het gevoel heb gehad dat niemand me begreep, is deze laatste alinea gericht aan iedereen die me (on)bewust het gevoel gaf dat ik me moest schamen voor mijn zus. Aan iedereen die vond dat ik niet mocht praten over hoe het voor mij was en vond dat ik me vooral moest beseffen hoe moeilijk mijn ouders het al hadden. Tegen elke docent die vrolijk lachte om grapjes over autisme en tegen iedereen die het niet kon laten mijn zus na te staren, botte opmerkingen te maken of een oordeel klaar te hebben zou ik bij deze graag willen zeggen: je hebt geen flauw idee hoe het is.

Op weg

Van de zinnen die ze niet sprak
Met haar klanken in de knoop
Naar door haar lach verslonden hoop

Van haar handen als het koudste water
Dat zelfs het felste vuur nog dooft
Naar haar gedachten in mijn hoofd

Van het allesverslindende onbegrip
Voor de dingen die ze bij me deed
Naar pijn waar ik geen woorden voor weet

Van het misbruik door haar onvermogen
Naar een angstige toekomst
Door verdriet verbogen

Van een versplinterd spiegelbeeld
Weer langzaam naar een geheel
Zij het hare en ik mijn deel

woodland-656969

Leugens en slapeloze nachten

alarm-clock-565645_1920

“One may think we’re alright
But we need pills to sleep at night
We need lies to make it through the day
We’re not okay”

– Uit Pills van The Perishers

Wakker liggen

Mijn hoofd is leeg en ik krijg mijn blik niet los van een punt in de nacht dat er helemaal niet is. Ik ben op, intens moe. Toch lig ik wakker. Overdag kan ik mijn ogen niet open houden, maar zodra het donker is krijg ik ze niet meer dicht. Als een rusteloze deken liggen de leugens over me heen. Ze houden me wakker en geven me ’s nachts een onveilig gevoel dat zich overdag moeiteloos weet te vermommen als veiligheid.

Wegvluchten in leugens

Voor mijn gevoel lieg ik elke dag. Ik lieg dat ik me goed voel, ik doe alsof eten me geen moeite meer kost en ik verzwijg wat mijn zus bij me heeft gedaan, terwijl dat nog deel uit maakt van mijn dagelijks leven. Ik kom het overal tegen, want ik kan niet wegvluchten van hetgeen dat me er het meest aan doet herinneren: mijn lichaam. Ik heb het wel geprobeerd, met anorexia en zelfbeschadiging, maar dat bracht(/brengt) me dieper in de problemen en veroorzaakt meer leugens. Alhoewel dat meer naar de achtergrond verdwijnt, zijn leugens alsnog alles wat er overblijft en ik heb ze nodig.

Keuzes

Het is moeilijk om keer op keer degene te zien die me heeft misbruikt. Om de handen van toen gewone dingen te zien doen. Tegenover de meeste mensen in mijn omgeving zwijg ik erover, degene die het dichtst bij me staan weten niet wat er is gebeurd. Dat maakt mijn dagelijks leven lastig. Het raakt me in alle lagen van mijn leven en ik kan het niet bij ze kwijt. Ze denken dat het goed met me gaat, maar van binnen sterf ik elke dag een beetje meer. Ik weet dat het mijn eigen keuze is en dat ik er ook voor kan kiezen om er niet meer over te zwijgen en te stoppen met liegen.

Als eens steen in mijn maag

Leugens halen me naar beneden en houden me overeind. Zonder leugens kom ik de dag niet door, terwijl ze de nachten veel moeilijker maken. Soms wordt het me overdag ook teveel. Dan grijpen ze me bij de keel en gaan ze vervolgens als een steen in mijn maag zitten. En dan zou ik willen dat iemand begrijpt hoe onmogelijk het allemaal voelt en hoe moeilijk het is dat er geen oplossing is waar ik niemand, inclusief mezelf, mee kwets. Ik wil niemand pijn doen, maar met zwijgen heb ik mezelf het hardst. En toch zwijg ik, lieg ik verder. Elke dag.

Mijn waarheid

Ik hoop dat ik op een dag deze blog kan herschrijven en anders kan eindigen. Dat ik kan laten weten dat ik geen leugens meer vertel en dingen verzwijg, maar mijn waarheid laat horen. Een waarheid die binnenin me zit en af toe tussen de onwaarheden door gluurt. Hopend om gehoord te worden, maar nog te bang om zich te laten zien.